De (onderwijs)kwaliteit moet hoger. Het weerklinkt meermaals, vaak onderschreven door bepaalde meetresultaten uit bepaalde onderzoeken. De kwaliteit van onderwijs wordt echter door heel wat variabelen bepaald. Het ontwikkelde referentiekader Onderwijskwaliteit biedt hierin houvast. Toch ondervinden verschillende actoren moeite in de ontwikkeling ervan.

Dat brengt ons bij Ericsson (1993, 2007) en het begrip ‘deliberate practice‘. Hij onderzocht hoe expertise verworven wordt en hoe mensen tot excellente prestaties komen. Zijn ontwikkelde raamwerk toont de relatie tussen mate van bewust oefenen en het bereiken van een bepaald niveau. Je wordt immers niet als topper geboren, toppers ontwikkelen zich. Het raamwerk stelt daarvoor 3 randvoorwaarden: ‘noodzaak aan bronnen’, ‘noodzaak aan motivatie’ en ‘noodzaak aan inspanning’. (Voor de volledigheid: het raamwerk krijgt ook wat kritiek.)

Willen we in onderwijs in de brede zin van het woord gaan voor ‘toppers’, dan kan (doel)bewust oefenen (deliberate practice) hiertoe een bijdrage leveren. Het bewust oefenen vraagt naast bovenstaande randvoorwaarden ook tijd, een ontwikkeld programma en ondersteuning door expert. Zelf zien we als Leren Vlaanderen mogelijkheden om dit toe te passen bij zowel leidinggevenden, leraren en zelfs leerlingen. Tenslotte kunnen we op alle vlakken toppers gebruiken.

Bij Deans for Impact haalden we uit hun gepubliceerde rapport ‘Oefen met een doel’ een stappenplan voor de professionalisering van beginnende leraren. De openingsparagraaf trok onmiddellijk onze aandacht omdat ze de kaart van kwaliteit trekken en niet kwantiteit, omdat ze een onderscheid maken tussen ervaring en expertise. Ericsson (1993) is hierin duidelijk: ervaring betekent niet noodzakelijk betere prestaties. 5 principes van bewust oefenen kunnen bijdragen in de ontwikkeling van leraarvaardigheden (Ericsson & Pool, 2016). We passen het even toe op beginnende leraren:

1. Ga verder dan de comfortzone

Bewust oefenen vereist uitdagingen die mensen net boven hun huidige mogelijkheden duwen.

Dat betekent voor de praktijk: beginnende leraren moeten rijke kansen krijgen en hun leren moet niet overgelaten worden aan het lot/toeval. Zorgvuldig ontworpen programma’s omarmen bewust oefenen en laten beginnende leraren doelgericht uitdagingen het hoofd te bieden.

2. Werk toe naar heldere, specifieke doelen

Bewust oefenen vereist goed gedefinieerde, specifieke en meetbare doelen.

Dat betekent voor de praktijk: beginnende leraren krijgen de kans om met specifieke aspecten aan de slag te gaan. Dit wordt opgedeeld in haalbare, in moeilijkheidsgraad stijgende onderdelen. De vooropgestelde doelen worden gemeten en geven richting aan nieuw te stellen doelen.

3. Intensieve focus

Bewust oefenen vereist in voldoende mate focus op de praktijk, het gaat om een bewuste inspanning om (bij) te leren.

Dat betekent voor de praktijk volgens Grossman et al. (2009) het activeren van 2 mechanismen: het “uiteenrafelen” (deelaspecten) van de klaspraktijk en/of benaderingen (‘imitatiesettings’) van de klaspraktijk.

4. Reageer op feedback

Bewust oefenen vereist terugkoppeling met hoogwaardige feedback en de kans om aanpassingen uit te voeren.

Dat betekent voor de praktijk dat de feedback heel snel na de inoefening komt, gericht op die specifieke doelen. Nadien krijgt de beginnende leraar heel snel de kans om eenzelfde vaardigheid opnieuw – bijgestuurd op basis van feedback – in de praktijk te brengen.

5. Ontwikkel mentale modellen

Bewust oefenen maakt en vertrouwt op bepaalde mentale modellen. Die beelden hoe iets werkt, laat toe te reflecteren en bij te sturen.

Dat betekent voor de praktijk dat er nood is aan kennis hoe mensen leren, hoe kennis wordt opgebouwd, hoe kennis een transfer kan kennen… Verder vergt het een onderzoekende houding zodat de praktijk kan getoetst worden aan de mentale modellen en omgekeerd.

We hebben bewust oefenen – zoals het rapport – toegepast voor beginnende leraren. Echter zijn we van mening dat dergelijk stappenplan van bewust oefenen ook kan worden ingezet bij leidinggevenden, meer ervaren leraren en zelfs bij leerlingen. Het is goed om de 5 principes als stappenplan helder voor te stellen, rigoureus te volgen en voldoende te ondersteunen. Het biedt heel veel kansen, terzelfdertijd zijn we ons bewust van oneigenlijke invullingen (al dan niet ingegeven door de formuleringen/aangewende taal van Ericsson zelf). Het biedt een houvast om loops in en van leren te creëren, waarbij die leerloops meer diepgang genereren. Laat net dat voor ons een belangrijk element zijn.

Steven